Beschikbare vertalingen

Weidegang opbouwen: Paarden correct aanweiden, ook bij maagproblemen.

Equine 74

·

23 Min. Lesezeit

Audio versie – luister gewoon naar dit artikel

De temperaturen stijgen, buiten wordt alles eindelijk weer groen — het weideseizoen staat voor de deur. De meeste paarden hebben gedurende de winter op paddocks gestaan en kunnen haast niet wachten om weer de wei op te gaan. En als we eerlijk zijn: wij kijken er net zo naar uit. Want wat is er mooier dan je paard tevreden te zien grazen, midden tussen zijn maatjes in de wei? 

Hoe verleidelijk de gedachte ook is: de paardendarm werkt anders dan ons onderbuikgevoel. Wie te snel op weidegang overschakelt, riskeert kolieken, mestwater en hoefbevangenheid. Aanweiden is daarom geen datum in de kalender, maar een voeromstelling — en die heeft tijd nodig.

Sichere dir deine kostenlose Futterprobe Equine 74 Gastric und unterstütze dein  Pferd dabei, überschüssige Magensäure gezielt abzupuffern, damit es sich wieder  wohl fühlt.

In één oogopslag: aanweiden is geen agendapunt, maar een voerverandering voor de darm. Paarden hebben 2–4 weken nodig om hun darmflora stapsgewijs aan te passen van hooi naar vers gras. Begin met 15 minuten weidetijd en verhoog dagelijks met 10–15 minuten. Graslengte minimaal 15 cm, liefst 20 cm. Paarden met maagzweren, EMS of aanleg voor hoefbevangenheid hebben 4–6 weken nodig. De drie grootste voerrisico’s: een te hoog tempo, te kort gras en de fructaanpiek na een koude nacht met zon.

Inhoudsoverzicht

Wat betekent aanweiden van paarden?

Aanweiden — afhankelijk van de regio ook ‘aangrazen’ genoemd — is de stapsgewijze gewenning van het paard aan vers weidegras na de winter. ‘Aangrazen’ komt vooral in Noord-Nederland / Duitsland voor, ‘aanweiden’ eerder in Zuid-Nederland en België. Beide betekenen hetzelfde proces: in het begin slechts enkele minuten laten grazen, dan dagelijks langer, totdat het paard urenlang of permanent op de weide kan staan.

De reden voor deze voorzichtigheid ligt in het spijsverteringsstelsel van het paard. In de natuur besteden paarden een groot deel van de dag aan het zoeken naar voedsel; hun maag-darmkanaal is aangepast aan een continue opname van ruwvezelrijk groenvoer.

In de winter krijgen onze paarden tegenwoordig meestal hooi, voordroog hooi en krachtvoer — voedingstechnisch een heel andere wereld dan vers voorjaarsgras. Een abrupte transitie naar gras is in principe een volledige voeromstelling van de ene op de andere dag. Precies dat verdraagt de paardendarm niet. 

Waarom moet aanweiden stapsgewijs gebeuren? 

Simpel gezegd: de darmflora van paarden bestaat uit gespecialiseerde micro-organismen die in de winter zijn aangepast aan de vertering van hooi en stro. Vers weidegras bevat duidelijk meer fructaan, suiker en eiwit — een abrupte omstelling overbelast de darmbacteriën en kan leiden tot koliek, diarree, mestwater of hoefbevangenheid

De aanpassing van de darmflora duurt twee tot vier weken. In deze periode vermeerderen zich de micro-organismen die vers groen kunnen verteren, terwijl de ‘hooispecialisten’ langzaam worden teruggedrongen. Gaat dit te snel, dan ontstaat dysbiose — een onbalans in het microbioom met deels gevaarlijke gevolgen. 

Hooi vs. vers gras in het voorjaar — wat er qua voedingsstoffen verandert

Hoe groot het verschil tussen winter- en voorjaarsvoeding werkelijk is, wordt pas zichtbaar in een directe vergelijking. De volgende tabel toont typische voedingswaarden op basis van het drogestofgehalte — alleen zo kunnen hooi en gras eerlijk met elkaar worden vergeleken: 

Kenmerk (per kg droge stof) Hooi, gemiddelde kwaliteit Vers voorjaarsgras
Vochtgehalte van de voersoort 12–15 % 75–85 %
Energie (ME) 6,5–8,5 MJ 10–12 MJ
Ruw eiwit 7–11 % 15–25 %
Suiker totaal (incl. fructaan) 5–12 % 15–30 %
Fructaangehalte laag (≈ 2–6 %) duidelijk hoger, sterk weersafhankelijk (≈ 5–20 %)

Richtwaarden uit Meyer & Coenen Paardenvoeding, NRC 2007, DLG-voedingswaardetabellen en Longland & Byrd 2006. De spreidingen variëren sterk afhankelijk van het maaitijdstip, de grassoorten-mix en de weersomstandigheden 

Hoeveel voer komt er daarbij eigenlijk per uur in het paard terecht? Studies naar de opnamesnelheid op de weide laten gemiddelde waarden zien van 0,5–0,9 kg droge stof per uur — bij een paard van 500 kg en een watergehalte van 75–85% in vers gras komt dat overeen met ongeveer 2,5–4,5 kg vers gras per uur. In het eerste uur na een voerpauze kan de opnamesnelheid oplopen tot wel 5 kg vers gras per uur — precies de reden waarom je vóór elke weidegang hooi aanbiedt 

Voor de start van het aanweiden betekent dat concreet:

  • Eiwit verdubbelt tot verdrievoudigt zich. Lever en nieren moeten de hogere eiwitomzet eerst verwerken — een van de redenen waarom de omschakeling 2–4 weken duurt. 
  • Suiker en fructaan per hap nemen duidelijk toe. Tegelijkertijd neemt het paard door het hoge watergehalte veel meer volume op. Per uur weidegang komt daardoor aanzienlijk meer fermenteerbare stof in de dikke darm terecht dan in dezelfde tijd bij hooi — precies de reden waarom de darmflora zonder overgangstraject overbelast raakt. 

Engels en Italiaans raaigras — wat er in het voorjaarsgras zit 

Op Duitse paardenweiden domineren twee grassoorten: Engels raaigras (Lolium perenne) als meerjarig hoofdgewas en Italiaans raaigras (Lolium multiflorum) als eenjarige, snelgroeiende variant. Beide zijn rijk aan voedingsstoffen — en beide slaan in het voorjaar veel fructaan op, een keten van fructosemoleculen, die de plant als energiereserve gebruikt. 

Fructaan is voor paarden een mes dat aan twee kanten snijdt: in kleine hoeveelheden onschadelijk, maar bij een te snelle voeromstelling een belangrijke oorzaak van hoefbevangenheid en koliek. 

Extra uitleg: Welke grassen beter zijn voor paardenweiden

Gras is niet zomaar gras.

Engels raaigras is niet het ideale gras voor paardenweiden. Het wordt vaak ingezaaid omdat het productief is en goed bestand tegen betreding — in de veeteelt voor melkvee is dat heel zinvol. Koeien hebben echter vier magen en een compleet ander spijsverteringssysteem. Voor paarden zijn suiker- en fructaanarme, vezelrijke grassen geschikter:

  • Veldbeemdgras (Poa pratensis)
  • Rood zwenkgras (Festuca rubra)
  • Beemdlangbloem (Festuca pratensis)
  • Timotheegras (Phleum pratense)
  • Kropaar (Dactylis glomerata)

Deze soorten leveren structuurrijk voer en vormen een stabiele, soortenrijke zode. Het nadeel: ze zijn minder robuust dan raaigras en vragen om goed weidebeheer om betredingsschade en overbegrazing te voorkomen. Als je invloed hebt op het doorzaaien van je weide, loont een paardvriendelijk grasmengsel op lange termijn — ook al duurt het in het voorjaar iets langer voordat het goed bestand is tegen beschadiging door de hoeven van paarden. 

Wat er in de darm gebeurt bij een te snelle voeromstelling

Fructaan overbelast, bij een te snelle overgang, de darmbacteriën in de dikke darm: er ontstaat een dysbiose met endotoxinevrijlating, die in het ergste geval hoefbevangenheid veroorzaakt. De typische vroege waarschuwingssymptomen zijn mestwater, diarree, winderigheid en gaskoliek — hoe deze keten biologisch verloopt, leggen we in de volgende uitweiding uit: 

Extra uitleg: De cascade in detail — voor lezers, die het preciezer willen weten

Zo verloopt de keten stap voor stap: 

  1. Fructaan glijdt ongehinderd door de dunne darm. Paarden hebben geen lichaamseigen enzym dat fructaan kan afbreken. De keten bereikt de dikke darm vrijwel onveranderd. 
  2. In de dikke darm nemen melkzuurbacteriën het over. Normaal gesproken breken daar vezelspecialisten de cellulose uit hooi af tot korte-keten vetzuren — de belangrijkste energiebron van het paard. Fructaan voedt echter een andere groep: Lactobacillus- en Streptococcus-stammen, die melkzuur in plaats van vetzuren produceren. Bij kleine hoeveelheden is dat geen probleem — bij grote hoeveelheden neemt deze populatie echter plots sterk toe. 
  3. De pH-waarde in de dikke darm daalt. Van normaal 6,5–7 naar 5,5 of lager. Dat is te zuur voor de vezelspecialisten.
  4. De vezelspecialisten sterven af. Precies dat is de dysbiose: het microbiële evenwicht is verstoord.
  5. Endotoxinen komen vrij.  Veel van de afstervende bacteriën zijn gramnegatief, hun celwand bevat lipopolysachariden (LPS). Bij het afsterven barsten de cellen open en komen deze LPS vrij. 
  6. Doorlaatbare darmwand — bloedbaan — hoeflederhuid.  Doorlaatbare darmwand — bloedbaan — hoeflederhuid. De verzuring beschadigt de afsluitende verbindingen tussen de darmcellen. LPS komt in de bloedsomloop terecht, het immuunsysteem reageert met een systemische ontsteking. De fijne bloedvaten en de verbinding tussen het hoefbeen en de hoefwand reageren bijzonder gevoelig — in het ergste geval met hoefbevangenheid. 

Korte formule: fructaan passeert → melkzuurbacteriën vermenigvuldigen zich → pH daalt → goede bacteriën sterven → endotoxinen komen vrij → darmwand wordt doorlaatbaar → bloedbaan → hoefbevangenheid.

Wanneer is het juiste moment om aan weidegang te wennen?

Het juiste moment om te beginnen met aanweiden is aangebroken wanneer het gras minstens 15 cm, liefst 20 cm hoog is, de bodem droog is en de nachttemperaturen stabiel boven 5 °C liggen. In de Nederlandse paardenwereld wordt daarnaast de conservatievere vuistregel “nachten boven 8 °C” gehanteerd — een extra veiligheidsmarge, die vooral zinvol is voor paarden met maagproblemen, EMS of een verhoogd risico op hoefbevangenheid. In Nederland valt dit meestal tussen half maart en begin mei.

Waarom de graslengte belangrijk is: Kort, gestrest gras slaat suiker en fructaan vooral op in het onderste deel van de stengel — het suiker- en zetmeelgehalte is bij een korte grasmat hoger dan bij langer gras. 

Hoe langer de plant groeit, hoe meer vezelstructuur hij vormt en hoe evenwichtiger de voedingsverhouding wordt. De mythe dat schrale, korte weides ideaal zouden zijn om op te laten wennen, blijft hardnekkig bestaan, maar is voederfysiologisch onjuist — zelfs contraproductief. Een kruidenrijke weide met lange groei is duidelijk beter dan een kort afgegraasde wei. 

Waarom de nachttemperatuur belangrijk is: grassen zoals Engels raaigras breken fructaan alleen af wanneer de plant ’s nachts kan blijven ademen en groeien. Onder ongeveer 5 °C komt die afbraak tot stilstand — de overdag via fotosynthese gevormde suikers worden dan juist als fructaan opgeslagen. Boven 5 °C kan de plant deze reserves weer verwerken. Veel dierenartsen en voederadviseurs raden daarom aan pas vanaf stabiele 8 °C te beginnen met weiden. Die veiligheidsmarge schaadt niet; het is beter iets langer te wachten en zeker te weten dat de bodem ’s nachts niet te koud is. Juist daarom zijn april en begin mei kritisch: de dagen zijn vaak al warm, maar de nachten nog koel of er is zelfs nachtvorst. 

Niet aanweiden bij:

  • bevroren of deels bevroren gras
  • rijp op de weide
  • direct na een wormkuur (belaste darm)
  • zonnige dag na nachtvorst (fructaanpiek) 

Een recent mestonderzoek vóór de eerste weidegang is zinvol: een paard met wormbesmetting plus een voeromschakeling wordt dubbel belast. Details over het seizoensplan vind je in onze uitgebreide Gids over ontwormen

Weide-opbouwplan — Zo ga je in 2–4 weken stap voor stap te werk

Een gezond volwassen paard heeft 2–4 weken nodig voor de volledige overgang. Begin met 15 minuten weidegang op de eerste dag en verhoog dagelijks met 10–15 minuten. Paarden met maagzweren, EMS of aanleg voor hoefbevangenheid hebben 4–6 weken nodig. 

Je hebt daarvoor geen stopwatch nodig. De regel die vaak door stalgenoten wordt aangehaald om op de eerste dag slechts 1–2 minuten te laten grazen en dit dagelijks met één minuut op te bouwen, is een mythe — voor de darmflora zijn 10–15 minuten verhoging per dag volledig oké. Van belang is minder de exacte minutentelling, dan de gelijkmatige, dagelijkse opbouw en een blik op de weersomstandigheden. 

Standaard-Weide-opbouwplan voor gezonde paarden

Week Weidetijd per dag Verhoging Waarop letten
Week 1 15 min → 60 min +10 min/dag Altijd dezelfde tijd; vóór elke weidegang hooi
Week 2 60 min → 2 u +15 min/dag Mest observeren — bij zachte mest een stap teruggaan 
Week 3 2 u → 4 u +20 min/dag Weide wordt geleidelijk het hoofdrantsoen 
Week 4 4 u → permanente weidegang schrittweise Enkel indien mest, gewicht en gedrag stabiel zijn

Drie basisregels, die tijdens iedere week gelden:

  1. Altijd eerst hooi,daarna weidegang.  Een paard met een volle ruwvoermaag eet op de weide langzamer en minder gehaast. Dat vermindert de hoeveelheid fructaan per minuut. 
  2. Geen krachtvoer direct vóór of na het grazen. Houd hier minimaal 2 uur tussen — anders wordt de stofwisseling dubbel belast. 
  3. Bij afwijkingen een volledige stap teruggaan. Niet slechts "iets korter"laten grazen — de darm heeft tijd nodig.

Bijzondere gevallen: paarden met maagproblemen, EMS, hoefbevangenheid, drachtige merries, jonge paarden 

Type paard Afwijking van het standaardplan
Paard met maagzweren De periode over 6 weken uitsmeren, starten met 10 minuten, altijd ruwvoer vooraf, doorlopende zuurbuffer (details hieronder)
EMS / neiging tot hoefbevangenheid Graasmasker of voerpauze; 's ochtends bij warme nachten grazen, late namiddag en nachtvorst vermijden (details hieronder)
Drachtige merrie (laatste derde deel) Later in het voorjaar starten (midden april i.p.v. maart), zodra de nachttemperaturen stabiel boven 8 °C blijven
Jong paard (< 3 jaar)

Zoals het standaardplan, vooraf de parasietenstatus via een mestonderzoek controleren

Senior met gevoelige spijsvertering Verloop nauwkeurig observeren, eventueel levende gist gebruiken ter stabilisatie

Paarden met EMS of neiging tot hoefbevangenheid aanweiden

Paarden met het equine metabool syndroom (EMS) of een voorgeschiedenis van hoefbevangenheid hebben een andere risicodynamiek dan paarden met maagproblemen: niet het maagzuur is hier het probleem, maar het suiker- en fructaangehalte in het gras zelf. Zelfs kleine hoeveelheden suiker en zetmeel kunnen bij deze paarden een sterke insulinepiek veroorzaken, die op zijn beurt hoefbevangenheid kan veroorzaken. Het opbouwproces van weidegang moet hier duidelijk voorzichtiger verlopen dan bij een gezond paard. 

Wat daaruit volgt voor het opbouwen van weidegang:

  • Liever 4–6 weken i.p.v. 2–4, met kleinere dagelijkse verhogingen van 5–10 minuten. Idealiter pas starten midden tot eind april, wanneer de nachttemperaturen stabiel boven 8 °C liggen en de fructaanpiek is afgenomen. 
  • Het tijdstip omdraaien. Vroege ochtend na warme nacht is fructaanarm en dus ok — 's middags na een zonnige dag is er dan een fructaan piek, dan moeten EMS- en hoefbevangen paarden niet grazen. Zie ook Fructaan in het gras.
  • Graasmasker inzetten. Een graasmasker vermindert de hoeveelheid gras die per minuut wordt opgenomen sterk — dat maakt ook langere weidetijden voor deze groep veiliger, zonder het paard de vrije uitloop te ontnemen. 
  • Fructaanarm hooi als basis. Concreet betekent dit: later gemaaid gras (2e of 3e snede vanaf juli), hooi van extensief beheerde of schrale weides in plaats van een rijke productieweide, bij voorkeur kruidenrijk. Wie het precies wil weten, kan bij een voederlaboratorium (bijv. Eurofins Agro) een suiker- en zetmeelanalyse laten uitvoeren — als richtwaarde geldt dat suiker en zetmeel samen onder de 10% van de droge stof blijven. 
  • Bij acute hoefbevangenheid of ontregeling van de insulinehuishouding helemaal niet aanweiden. Dan vervalt de weide en vormt frustaanarm hooi de basis.
  • Vroege tekenen van hoefbevangenheid herkennen: gevoelige hoeven, kloppende hoefslagaders bij de koten, ontlastende houding, verkorte pas, trippelen. Bij vermoeden onmiddellijk de weidegang pauzeren en de dierenarts contacteren. 

Als je paard gediagnosticeerd EMS heeft, al eens hoefbevangenheid heeft gehad of tot de klassieke risicotypen behoort (gemakkelijk in conditie blijvend, robuust rasbeeld, verdenking van Cushing), bespreek je de start van de weidegang bij twijfel liever met je dierenarts of een goede voeradviseur. 

Aanweiden van paarden met maagzweren / gevoelige maag 

Paarden met maagzweren of “alleen” een gevoelige maag worden bij het laten wennen aan weidegang dubbel belast: de stress van de voeromstelling verhoogt de maagzuurproductie, en de fructaanpiek in de dikke darm verergert de situatie. Tegelijkertijd doet weidegang de meeste maagpatiënten op lange termijn juist bijzonder goed, omdat het aansluit bij het natuurlijke gedrag van het paard. 

Waarom weidegang de maaggezondheid op lange termijn ondersteunt:

Paarden produceren alleen speeksel tijdens het kauwen — maagzuur wordt daarentegen 24 uur per dag aangemaakt. Als de eetpauzes te lang zijn, ontbreekt het speeksel als natuurlijke zuurbuffer, waardoor de pH-waarde in de maag daalt. Dan tast het zuur het bovenste, klierloze deel van de maagwand aan. Daar ontstaan beschadigingen van het maagslijmvlies, tot maagzweren aan toe.

Onder normale omstandigheden besteden paarden het grootste deel van hun dag aan eten. Veldstudies bij vrij levende Camargue-paarden laten gemiddeld 14–18 uur per dag grazen zien, met schommelingen tussen ongeveer 13 uur in de winter en tot 17 uur in het voorjaar. Dit komt duidelijk dichter bij het natuurlijke gedrag van het paard in de buurt dan drie porties hooi per dag op stal.

Voor paarden met maagproblemen werkt weidetijd op meerdere niveaus tegelijk:

  • Continue speekselproductie door constant kauwen. Meer bicarbonaat buffert het maagzuur — het klierloze slijmvlies komt minder in contact met zuur.
  • Geen lange eetpauzes. Vrij levende paarden vasten nooit langer dan 3–4 uur. Een gevulde maag is een natuurlijke bescherming voor het maagslijmvlies. 
  • Stressafbouw en natuurlijk gedrag. Sociaal contact met andere paarden en vrij bewegen verlagen de cortisolspiegel en verminderen stereotiep gedrag zoals luchtzuigen, weven of boxlopen. Deze stereotypieën zijn op zichzelf risicofactoren voor maagzweren en versterken elkaar met stress.
  • Beweging bevordert de darmmotiliteit. Langzaam lopen verspreid over de dag houdt het spijsverteringskanaal in gang en verbetert de doorbloeding van de slijmvliezen. 

De psychische component is voor paarden met maagproblemen geen bijzaak: stress geldt als een van de belangrijkste risicofactoren voor maagzweren. Weidetijd werkt daarom niet alleen mechanisch via speeksel en maagvulling — het vermindert vooral de stress op het systeem. Daarom is weidetijd bij maagproblemen vaak onderdeel van de therapie, mits het laten wennen aan de weide op een geleidelijke manier gebeurt. 

Waar je bij paarden met maagproblemen extra op moet letten: 

  • Zes weken, in plaats van vier, voor de volledige omstelling. Start met 10 minuten per dag. 
  • Vóór weidegang hooi geven — paarden mogen nooit met een lege maag de wei op. 
  • Ruwvoer in de stal niet verminderen, enkel en alleen omdat er nu gras bijkomt. 
  • Zuurbuffers, zoals Equine 74 Gastric, consequent blijven geven

Uit de praktijk — prioriteitenlijst bij weinig tijd

Het volledige weide-opbouwplan gaat ervan uit dat iemand twee- tot driemaal per dag op stal kan zijn om weidetijden precies te starten en te beëindigen. In de praktijk is dat vaak niet haalbaar — veel paardeneigenaren kunnen maar één keer per dag, meestal na het werk, naar de stal gaan. Daarom hier de prioriteitenlijst uit de praktijk om je paard ook met minder tijd goed te laten wennen aan weidegang: 

Absolute prioriteit — niet onderhandelbaar

1. Hooi vóór de weidegang! Geef altijd hooi voordat je paard de wei op mag. Als de maag al gevuld is, eet het paard langzamer en minder gehaast — dat is de sterkste afzonderlijke maatregel tegen de fructaanpiek in de dikke darm en tegelijk bescherming voor de maag. Niet slechts 5 minuten, een uur zou beter zijn! 

2. Weidetijd consequent begrenzen.  Op de eerste dag 10–15 minuten, daarna dagelijkse verhoging zoals in het plan. Vanaf week 2–3, wanneer de weidetijd oploopt tot één à twee uur, heb je vaak ondersteuning nodig: vraag de stalhouder of stalgenoten om je paard op het afgesproken tijdstip weer naar binnen te halen. 

3. Dagelijkse controle van de mest bij het binnenhalen. Zachte mest of mestwater betekent: meteen een stap terug in het plan. Kost 30 seconden en voorkomt dat een beginnende dysbiose omslaat in koliek. 

Zinvol & meestal haalbaar

4. Weer-check 's ochtends. Een blik op de smartphone is voldoende. De beslissing hangt af van nachttemperatuur, zon en bodemvochtigheid samen:  

  • Nachtvorst of nachttemperatuur onder 5–8 °C: Paarden met maagproblemen, EMS of aanleg voor hoefbevangenheid helemaal niet op de weide laten. Ook voor gezonde paarden is dit kritisch — het fructaangehalte blijft de hele dag hoog, omdat de plant onder invloed van zon meer suikers aanmaakt dan ze kan afbreken. Weidegang liever overslaan. 
  • Warme nacht boven 8 °C + zon: ’s Ochtends naar buiten. De ochtend is arm aan fructaan, de plant heeft het ’s nachts afgebroken. 
  • Bewolkt of regenachtig: Relatief probleemloos en ontspannen. Ochtend of middag maakt weinig verschil. Gebrek aan zon betekent minder fructaanproductie. 
  • Langere droogte met veel zon: ook ’s ochtends lastig. Zonder water kan het gras niet groeien en de overdag geproduceerde suikers niet omzetten in nieuwe plantenmassa — fructaan hoopt zich op. Juist bij EMS-, hoefbevangenheid- en maaggevoelige paarden is voorzichtigheid geboden, ook als de nachten warm zijn. 

5. Houd afstand tussen krachtvoer en weidegang. Minstens 2 uur tussen krachtvoer en weidegang. Dit is logistiek vaak makkelijker op te lossen dan men denkt, zodra de voertijden eenmaal bewust zijn ingepland. 

Nice to have, indien tijd en stallogistiek het toelaten

6. Meerdere korte weideperioden per dag. Verdeelt de voeropname beter en vermindert de fructaanpiek per eenheid — meestal alleen realistisch voor zelfvoorzienende stallen en paddock-/openstalbedrijven. 

7. Graslengte op de eigen weide actief managen. Kuddes laten roteren en weides niet overbegrazen, zodat je überhaupt een minimale grashoogte van 15 cm bereikt — op lange termijn nuttig, maar in de acute opbouwfase zelf geen must. 

Fructaan in gras — waarom weer en tijdstip belangrijk zijn

Het fructaangehalte in weidegras is het hoogst na een koude nacht gevolgd door een zonnige dag. Fysiologisch ligt de grens rond een nachttemperatuur van ongeveer 5 °C — daaronder komt de nachtelijke afbraak van fructaan in de plant tot stilstand. Als praktische vuistregel in de Nederlandse paardenhouderij is 8 °C ingeburgerd, omdat deze conservatievere grens extra veiligheidsmarge biedt — vooral voor gevoelige paarden is een paar dagen langer wachten geen probleem. Dezelfde weide kan ’s ochtends onschuldig zijn en ’s middags gevaarlijk. 

Situatie Fructaangehaltehalte Advies
's Ochtends na warme nacht (> 8 °C) + vochtige grond laag ✓ Goede aanweide tijdstip
Bewolkte dag, warme nacht laag ✓ Geschikt
Late namiddag na een zonnige dag hoog ⚠ Voorzichtig bij EMS/hoefbevangenheid
Langere periode van droogte + zon hoog ⚠ Voorzichtig bij EMS/hoefbevangenheid — Fructaan gehalte stijgt, omdat de plant niet kan groeien
's Ochtends na nachtvorst + zon zeer hoog ✗ Weidegang vermijden

Belangrijk voor de praktijk: Het gangbare advies is om paarden met hoefbevangenheid “niet ’s ochtends” op de wei te laten. Dat klopt alleen bij nachtvorst gevolgd door zon — bij zonsopkomst begint de suikerpiek juist. Bij warme nachten is de vroege ochtend het moment met het laagste fructaangehalte en dus ideaal. Doorslaggevend is niet het tijdstip alleen, maar de combinatie van nachttemperatuur en het actuele weer. 

In de herfst begint het proces van voren af aan: wanneer de nachten kouder worden en de weides afgegraasd zijn, stijgt het fructaangehalte opnieuw. 

De 6 meest gemaakte fouten bij het wennen aan weidegang

Veel problemen bij het aanweiden zijn voerfouten en dus te voorkomen. Deze zes komen het meest voor: 

1. Te snel te lang laten grazen. De meest voorkomende fout. De darmflora heeft een volle 2–4 weken nodig om zich aan te passen — ook als het paard uiterlijk geen afwijkingen laat zien. 

2. Geen ruwvoer voor het grazen. Een lege maag plus vers gras leidt tot snelle opname van grote hoeveelheden. Vóór elke weidegang voldoende hooi aanbieden vermindert de opnamesnelheid en daarmee de fructaanpiek in de dikke darm. 

3. Krachtvoer direct voor of na de weidegang. Krachtvoer belast de stofwisseling extra en verhoogt de fermentatielast in de dikke darm. Minstens 2 uur ertussen laten. 

4. Aanweiden op te kort gras. Kort gras onder 15 cm slaat bovengemiddeld veel suiker en fructaan op in het onderste deel van de stengel en levert minder ruwe celstof. Een schrale weide met langere groei is duidelijk beter. 

5. Weidegang na een koude nacht en zonneschijn. Vooral bij paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid kritisch. Na een nacht onder ongeveer 5 °C en vervolgens zonsopgang stijgt het fructaangehalte binnen enkele uren sterk.  

6. Verandering van mest negeren. Zachte mest, mestwater of winderigheid zijn in de eerste weken een waarschuwingssignaal, geen toeval. Wie koppig doorgaat, riskeert koliek of hoefbevangenheid. 

Wat gebeurt er als je te snel omschakelt naar weidegang?

Te snel laten wennen aan weidegang kan binnen 24–72 uur leiden tot koliek, mestwater, winderigheid of in extreme gevallen hoefbevangenheid. De oorzaak is een verstoring van de darmflora (dysbiose): onverteerd fructaan in de dikke darm laat melkzuurbacteriën explosief toenemen, de pH-waarde daalt, vezelafbrekende bacteriën sterven af — en daarbij komen endotoxinen vrij. 

Typische symptomen van een te snelle voerovergang:

  • Dunne mest of nawateren — Vaak de eerste waarschuwing.  Meer over het onderscheid tussen mestwater / nawateren en diarree lees je in het artikel Mestwater bij Paarden.
  • Winderigheid en gaskoliek — Het paard trapt naar de buik, rolt, toont onrust. Verdere symptomen in het artikel Koliek bij paarden.
  • Gevoelige hoeven, warme hoefwand, ontlastende houding —  Vroege symptomen van hoefbevangenheid. Bij vermoeden direct de dierenarts inschakelen. 
  • Verminderde eetlust, verminderde prestatie, apathie —  Aanwijzing voor een reeds bestaande darmbelasting. 

Bij al deze symptomen: geen weidegang, uitsluitend hooi voeren en pas na minimaal enkele dagen zonder klachten opnieuw beginnen — één stap lager dan voorheen. Bij vermoeden van koliek of hoefbevangenheid hoort er onmiddellijk een dierenarts bij het paard geroepen te worden. 

Darmflora ondersteunen — waarom levende gist kan helpen 

Gedurende het aanweiden wordt de darmflora enorm gereorganiseerd. Levende gist (Saccharomyces cerevisiae) kan het microbioom in deze fase stabiliseren: het helpt de pH-waarde in de dikke darm te verhogen, verlaagt de melkzuurconcentratie en ondersteunt vezelafbrekende bacteriën. Juist in de opbouwfase van weidegang kan dit een extra buffer zijn als er ondanks alle voorzichtigheid toch een portie fructaan in de dikke darm fermenteert. 

Hoe levende gist precies in de paarden­darm werkt en waar je op moet letten bij de keuze, hebben we in de gids Voordelen van levende gist in de paardenvoeding uitgebreid uitgelegd.

Pferde-anweiden-Equine-74

FAQ — Veel gestelde vragen omtrent aanweiden - de opbouwfase van weidegang

Wanneer kan ik mijn paard laten wennen aan weidegang (aanweiden)?

Wanneer het gras minstens 15 cm hoog staat (beter 20 cm), de bodem droog is en de nachttemperaturen stabiel boven 5 °C liggen — de in de praktijk gangbare vuistregel “pas vanaf 8 °C” is conservatiever en zinvol voor paarden met maagproblemen of aanleg voor hoefbevangenheid. Afhankelijk van de regio is dit meestal tussen half maart en begin mei. 

Hoort lang duurt het wennen aan weidegang (aanweiden)?

Een gezond volwassen paard heeft 2–4 weken nodig. Paarden met maagproblemen, EMS of hoefbevangenheid hebben 4–6 weken nodig.

Wat betekent "aangrazen" bij paarden?

Aangrazen en aanweiden betekenen hetzelfde proces: het geleidelijk laten wennen aan vers weidegras. “Aangrazen” is in Noord-Nederland gangbaar, “aanweiden” eerder in Zuid-Nederland en België.

Mag mijn paard op een natte weide grazen?

Regen is vanuit voederkundig oogpunt onschadelijk — wacht gewoon tot het paard veilig op de weide kan staan. Anders is het bij rijp of bevroren dauw: dat wijst op nachtvorst en daarmee op een mogelijke fructaanpiek. Dan geldt de temperatuurrichtlijn, niet de natheid.

Mogen paarden na de winter direct op de weide?

Nee. De ongecontroleerde overgang van uitsluitend hooi voeren naar permanente weidegang geldt als een van de meest voorkomende oorzaken van voorjaarskoliek en hoefbevangenheid. 

Wat te doen bij nawateren / mestwater na het omzetten op gras (aanweiden)?

Een stap in het plan terug, hooi aanbieden, krachtvoer verminderen. Als het mestwater langer dan 2–3 dagen aanhoudt, is een veterinair onderzoek aan te bevelen.

Hoe laat ik een paard met een maagzweer wennen aan gras?

Gedurende 6 weken, in plaats van 4, starten met 10 minuten. Vóór elke weidegang voldoende hooi geven, de gebruikelijke maagbescherming consequent voortzetten. Bij gediagnosticeerde maagzweren in overleg met de dierenarts. 

Wanneer is het fructaangehalte in gras het hoogst?

Na een koude nacht gevolgd door een zonnige dag. Fysiologisch ligt de kritische nachttemperatuur rond 5 °C; in de Duitse paardenpraktijk wordt conservatief gewacht tot ongeveer 8 °C. Vooral kritisch: de ochtend na een vorstnacht. Het laagst: de ochtend na een warme nacht. 

Moet je vóór het wennen aan weidegang ontwormen?

Een actuele parasietenstatus  (mestonderzoek) is zinvol, omdat een belastte darm plus voerovergang een dubbele belasting betekent. 

Bronnen

Fructaan, NSC (non-structural carbohydrates) en weidebeheer

  • Longland AC & Byrd BM (2006): Pasture Nonstructural Carbohydrates and Equine Laminitis. Journal of Nutrition 136(7 Suppl):2099S–2102S. doi:10.1093/jn/136.7.2099S
  • Pollock CJ & Cairns AJ (1991): Fructan Metabolism in Grasses and Cereals. Annual Review of Plant Physiology and Plant Molecular Biology 42:77–101.
  • Siciliano PD, Gill JC & Bowman MA (2017): Effect of Sward Height on Pasture Nonstructural Carbohydrate Concentrations and Blood Glucose/Insulin Profiles in Grazing Horses. Journal of Equine Veterinary Science 57:29–34.

Weide-opnamesnelheid (graastempo) en graasgedrag 

  • Dowler LE, Siciliano PD, Pratt-Phillips SE & Poore M (2012): Determination of Pasture Dry Matter Intake Rates in Different Seasons and Their Application in Grazing Management. Journal of Equine Veterinary Science 32(2):85–92.

Laminitus-mechanisme (dikke darm → endotoxine → hoefbevangenheid)

  • van Eps AW & Pollitt CC (2006): Equine laminitis induced with oligofructose. Equine Veterinary Journal 38(3):203–208. doi:10.2746/042516406776866327

Darmmicrobioom en voeromschakeling

  • Collinet A, Grimm P, Julliand S & Julliand V (2021): Sequential Modulation of the Equine Fecal Microbiota and Fibrolytic Capacity Following Two Consecutive Abrupt Dietary Changes and Bacterial Supplementation. Animals 11(5):1278. PMC8144951

Levende gist (Saccharomyces cerevisiae)

  • Medina B, Girard ID, Jacotot E & Julliand V (2002): Effect of a preparation of Saccharomyces cerevisiae on microbial profiles and fermentation patterns in the large intestine of horses fed a high fiber or a high starch diet. Journal of Animal Science 80(10):2600–2609. PubMed 12413082
  • Garber A, Hastie P & Murray JA (2022): The Role of Yeast Saccharomyces cerevisiae in Supporting Gut Health in Horses — An Updated Review. Animals 12(24):3475. PMC9774806

Maaganatomie en speeksel-buffering

  •  Hewetson M, Tallon R. Equine Squamous Gastric Disease: Prevalence, Impact and Management. Vet Med (Auckl). 2021;12:381-399. Published 2021 Dec 31. doi:10.2147/VMRR.S235258 

Graasgedrag en ethologie

  • Duncan P (1980): Time-Budgets of Camargue Horses II. Time-Budgets of Adult Horses and Weaned Sub-Adults. Behaviour 72(1–2):26–48.

Duitstalig onderzoek

  • Meyer H & Coenen M: Pferdefütterung. Thieme/Enke Verlag, aktuelle Auflage.
  • National Research Council (NRC, 2007): Nutrient Requirements of Horses, 6th Revised Edition. National Academies Press.
  • ESCCAP Deutschland — www.esccap.de — Leitlinien zur Parasitenbekämpfung beim Pferd.

Aanvullende bronnen

Equine 74 Gastric

De langetermijnoplossing

Buffert het overtollige zuur in de paardenmaag in plaats van het te blokkeren.

Equine 74 Stomach Calm Relax

Bij acute stress

Ondersteunt de nerveuze paardenmaag in stressvolle situaties.